Zo boetseer je een eenvoudig gezicht van polymeerklei
Oefen een gestileerd gezicht van klei op een eenvoudige ovaal. Leer lichte hulplijnen, een kleine neus, een neutrale uitdrukking en globale haarvormen maken.

Op deze pagina
Oefen voor je eerste gezicht van klei op een klein ovaal hoofd dat op een tegel rust. Zo hoef je niet ook nog een heel figuur te ondersteunen terwijl je leert waar de gelaatstrekken horen. Het doel is een duidelijk, prettig ogend gestileerd gezicht, niet meteen een levensecht portret.
De illustratie toont een vereenvoudigde oefenreeks. Ze belooft niet dat vier snelle handelingen een portret in opdracht opleveren en is geen verslag van een test tijdens een workshop.
Vergelijk drie uitdrukkingen op dezelfde vorm
Maak drie vergelijkbare ovalen voor de gezichten en breng op elk op dezelfde hoogte een lichte hulplijn voor de ogen aan. Geef het eerste een neutrale, gesloten mond. Laat de mond bij het tweede licht omhoog buigen. Verander bij het derde de hoek van de wenkbrauwen, maar houd de mond hetzelfde als bij het eerste. Houd de overige gelaatstrekken zo gelijk mogelijk.
Bekijk de drie gezichten samen vanuit dezelfde hoek. Schrijf op welke verandering de meeste invloed op de uitdrukking had. Als je ook telkens de neus, de afstand tussen de ogen en de haarvorm verandert, weet je niet welke keuze het verschil veroorzaakte. Dit is een vergelijking om mee te oefenen, geen formule om iemands anatomie na te bootsen.
Maak een ovaal en kies de voorkant
Gebruik goed doorgeknede klei en rol een kleine, gladde ovaal. Laat de achterkant op een voor je klei geschikte werkondergrond rusten en maak de voorkant vervolgens heel licht plat. Houd voldoende diepte over voor de neus en het haar; maak van het hoofd geen flinterdun plakje.
Bepaal in gedachten wat de voorkant is voordat je iets toevoegt. Als je steeds een andere kant naar je toe draait, wordt het lastig om te beoordelen of de gelaatstrekken goed op elkaar zijn uitgelijnd. Draai de tegel als je vanuit een andere hoek wilt kijken, in plaats van het hoofd bij de wangen vast te pakken.

Maak lichte hulplijnen, geen diepe sneden
Gebruik een stomp gereedschap om een heel lichte verticale middellijn en een horizontale hulplijn voor de ogen te maken. Begin voor deze gestileerde oefening met de ooglijn ongeveer halverwege het gezichtsoppervlak en pas die aan terwijl je naar het hele hoofd kijkt. Dit is een hulpmiddel voor de plaatsing, geen universele regel voor elk gezicht of elke personagestijl.
Markeer twee oogposities op ongeveer gelijke afstand van het midden. Neem even afstand en bekijk ze vanaf een normale leesafstand. Twee lichte stipjes zijn veel makkelijker te corrigeren dan een paar grote, afgewerkte ogen.
Voeg een kleine neus en een neutrale mond toe
Vorm een piepkleine, stompe neus van een apart stukje klei. Druk die op zijn plek en werk de rand voorzichtig glad in het gezicht, zonder de oogmarkeringen te raken. Begin kleiner dan je denkt nodig te hebben; een uitstekende neus kan een miniatuurgezicht al snel overheersen.
Probeer voor de mond een kort, ondiep boogje. Oefen heel weinig druk uit. Je kunt een uitdrukking suggereren zonder een open mond uit te snijden, tanden te boetseren of kleine lippen toe te voegen. Bekijk de neus en mond samen voordat je een van beide meer laat opvallen.
Als het oppervlak te vol raakt, strijk de markeringen dan glad en ga terug naar de ovaal. Opnieuw beginnen met een oefengezicht hoort bij de oefening en is geen reden om eindeloos meer klei toe te voegen.

Begin bij het haar met de vorm
Druk een klein stukje klei in een andere kleur plat tot een breed kapje en leg het over de boven- en achterkant van het hoofd. Kies één zichtbare richting voor de scheiding. Laat het voorhoofd en het gezicht voldoende vrij, zodat de gelaatstrekken duidelijk zichtbaar blijven.
Gebruik een paar brede delen in plaats van veel kleine lokjes. Meer groeven maken het haar niet automatisch overtuigender. Controleer het silhouet van voren en van opzij voordat je textuur toevoegt. Bij een klein figuur kunnen de omtrek en de scheiding meer bijdragen aan de gelijkenis dan veel fijne lijntjes.

Vergelijk drie pogingen
Maak een tweede en derde hoofd van dezelfde basisgrootte. Verander telkens één kenmerk: de afstand tussen de ogen, de vorm van de wangen of de haarlijn. Zet ze naast elkaar en schrijf op welke verandering het grootste verschil maakte. Daar leer je meer van dan wanneer je elk kenmerk van één hoofd blijft veranderen tot je niet meer weet waarmee je begon.
Gebruik deze oefening niet om iemands exacte gelaatstrekken af te leiden uit een onduidelijke foto. Als je later een portret op maat wilt, verzamel dan goede referentiefoto's met behulp van onze fotogids.
Rond af volgens de juiste materiaalinstructies
Controleer of het haar en de neus over een voldoende groot contactoppervlak vastzitten en of het hoofd stabiel rust. Laat ovenhardende klei uitharden volgens de precieze instructies op het etiket en gebruik de bakchecklist ter voorbereiding. Laat het werkstuk volgens de instructies afkoelen voordat je het beschildert of verder hanteert.
Bewaar één eenvoudig, onbeschilderd oefenhoofd. Het geeft je een nuttig referentiepunt voor wat alleen het boetseerwerk bijdraagt, voordat kleur, belichting en fotografie veranderen hoe het gezicht eruitziet.
