Zo boetseer je kort haar van polymeerklei
Kort haar van klei kun je het makkelijkst in vorm houden als je het eerst als een haarkap met een duidelijk silhouet behandelt.

Op deze pagina
Kort haar van klei kun je het makkelijkst in vorm houden als je het eerst als een haarkap met een duidelijk silhouet behandelt. De hoogte bij de kruin, de vorm bij het voorhoofd en de richting van de scheiding zeggen vaak meer dan tientallen groeven.
Kies drie haarvolumes
Schets het kapsel als een haarkap, een voorste gedeelte of pony en één richting voor de zijscheiding. Breng op een oefenhoofd eerst de globale vorm van de haarkap aan. Controleer de omtrek van voren en van opzij voordat je de pony toevoegt.
Gebruik de derde vorm alleen waar die de scheiding of de richting waarin het haar valt helpt verduidelijken. Twee of drie ondiepe groeven kunnen de richting aangeven zodra het volume klopt. Als het hoofd te breed wordt, verklein je de haarkap in plaats van er diepere lijnen in te kerven. Zet je boetseerwerk naast een hoofd zonder haar om te zien hoeveel extra volume het kapsel toevoegt.
Maak de haarkap passend
Begin met een eenvoudig oefenhoofd. Druk een kleine hoeveelheid klei plat en leg die over de boven- en achterkant, waarbij je het gezicht vrijlaat. Werk de rand vloeiend weg zonder zo hard te drukken dat je het hoofd eronder vervormt.
Controleer het zijaanzicht. Een kapsel kan er van voren redelijk uitzien, terwijl het achter de oren te veel volume toevoegt.

Kies één hoofdrichting
Geef een zij- of middenscheiding licht aan als die in het referentiebeeld voorkomt. Verdeel de haarkap in een paar grote vlakken die die richting volgen. Verander de richting waarin het haar valt niet telkens alleen maar om elk leeg gebied op te vullen.
Vorm voor een korte pony één of twee stevige delen. Fijne, losse puntjes zijn niet nodig voor een eerste miniatuur.
Gebruik textuur met mate
Breng met een stomp gereedschap ondiepe markeringen aan en volg daarbij de globale vormen in plaats van er rechte lijnen doorheen te trekken. Laat rustige vlakken over, zodat het oppervlak niet overal even gestreept is. Stop tussen aanpassingen door om het hele hoofd te bekijken.
Als het haar er druk uitziet maar het silhouet niet klopt, verwijder of vervorm je het grote volume. Meer textuur zal de onderliggende verhoudingen niet corrigeren.

Vergelijk met het gezicht
De haarlijn moet ruimte laten voor de wenkbrauwen en de gezichtsuitdrukking. Controleer of de oren niet onbedoeld bedekt zijn en of het hoofd vanuit verschillende hoeken nog duidelijk herkenbaar is. Volg vóór de afwerking de aanwijzingen voor het bevestigen en uitharden van het materiaal.
Probeer twee haarkappen uit op oefenhoofden van ongeveer dezelfde grootte: één glad en één met een lichte textuur. Fotografeer ze vanaf een normale kijkafstand. Gebruik de oefening voor een eenvoudig gezicht om de gezichtsstructuur consistent te houden. Door ze te vergelijken, zie je hoeveel detail daadwerkelijk bijdraagt aan de gelijkenis.

