Zo maak je een zittende hond van polymeerklei
Een zittende hond is een nuttige kleioefening, omdat je het dier met brede vormen kunt uitbeelden zonder fijne vachtstructuur of poten waarop het staat.

Op deze pagina
Een zittende hond is een nuttige kleioefening, omdat je het dier met brede vormen kunt uitbeelden zonder fijne vachtstructuur of poten waarop het staat. Kies één hoofdkleur en een kleine hoeveelheid in een contrasterende kleur voor de snuit. De illustratie dient als vormreferentie en is geen weergave van een in de les getest project.
Bereid de onderdelen van de puppy voor
Leg een groot peervormig lijf, een kleinere kop, twee brede stukken voor de oren, twee voorpoten, twee lage achtervoeten en een korte staart klaar. Voeg pas een klein stukje voor de snuit toe nadat je hebt gecontroleerd of het formaat bij de kop past. Houd beide oren tijdens het vormen bij elkaar, zodat het ene niet veel groter wordt dan het andere.
Verbind het lijf met de kop en breng de voeten aan voordat je de oren en snuit toevoegt. De voorpoten moeten het werkoppervlak raken, de oren moeten tegen de kop rusten en de staart moet het lijf of de ondergrond raken. Bekijk het beeldje van opzij voordat je de ogen maakt om te controleren of de kop te ver naar voren steekt. Corrigeer die onderlinge verhouding voordat je gezichtsdetails toevoegt.
Maak een lijf dat vlak staat
Kneed je klei soepel en vorm er vervolgens een afgeronde peer van, met de brede kant op een geschikt werkoppervlak. Maak de onderkant net vlak genoeg om wiebelen te voorkomen. Houd kleinere porties apart voor de kop, oren, poten en staart voordat je alle klei in de hoofdkleur gebruikt.
Bekijk het lijf van opzij. Corrigeer een sterke helling voordat je er bovenop gewicht toevoegt. Een laag, compact lijf is gemakkelijker te hanteren dan een hoge, smalle romp.

Voeg de snuit toe vóór de oren
Vorm een ronde kop met een iets afgeplatte onderkant en bevestig die op een breed halsgedeelte. Voeg aan de voorkant een korte ovale snuit toe en strijk de rand voorzichtig glad. Op de snuit kun je een klein, donkerder neusje plaatsen; dat hoeft niet sterk uit te steken.
Markeer beide oogposities lichtjes en vergelijk hun hoogte. Plaats de ogen boven en naast de snuit in plaats van dicht tegen de neus aan.
Zorg voor steun voor de hangoren en poten
Maak twee vergelijkbare, afgeronde druppelvormen plat voor de oren. Bevestig ze aan de zijkanten van de kop, zodat ze tegen het gezicht of lijf rusten. Maak twee korte voorpoten die zowel de romp als de tegel raken. Geef indien nodig tenen aan met ondiepe lijntjes.
Een dikke staart die dicht tegen het lijf gekruld ligt, is eenvoudiger dan een dunne, rechtopstaande staart. Draai de tegel om de achterkant te bekijken zonder de kop vast te pakken.

Controleer het silhouet en werk het beeldje af
Controleer de hals, de aanhechtingen van de oren en de vlakke onderkant voordat je de uithardingsinstructies voor je specifieke klei volgt. Voeg bij je eerste poging slechts één onderscheidende aftekening toe. Een grote vlek kan meer uitdrukken dan veel kleine stippen.
Vergelijk je resultaat met de oefening met de kat: de snuit, oren en houding moeten duidelijk maken waarom het ene beeldje als hond herkenbaar is. Verander bij je tweede poging een van die kenmerken in plaats van meer oppervlaktestructuur toe te voegen.

